Uitdrukkingen: lichaamsdelen (2)

Vul de zinnen aan.

Klik op een woord uit de lijst en klik daarna op het invulveld van de zin waar je het wil plaatsen.
(Click on a word in the list and click again on the place in the text where you want to put it.)
De betekenis van elke uitdrukking wordt tussen haakjes gegeven.
(The meaning of each idiom is given in brackets.)

borst borsten buik buiken haar haren hand handen hals halsen hart harten huid kaak kaken keel kelen knie knieën long longen maag magen nek nekken nier nieren oog ogen oor oren tand tanden voet voeten

  1. Na twee maanden had ik het goed onder de .
    (Na twee maanden kon/kende ik het heel goed - i.v.m. vaardigheden)
  2. Het ligt toch voor de wat je moet doen!
    (Het is toch duidelijk wat je moet doen.)
  3. Ik heb me de uit het lijf gelopen. .
    (Ik heb verschrikkelijk hard gelopen.)
  4. Ik begrip niet waarom ze zo onvriendelijk was. Ik zit ermee in mijn .
    (Ik vind het een heel vervelend probleem. Ik zit er erg mee in.)
  5. Altijd dat gedoe! Het hangt me de uit.
    (Ik heb er genoeg van.)
  6. Ik heb geen zin mijn uit te steken. (Ik wil geen risico lopen. - i.v.m. werk, relaties tussen personen en dergelijke.)
  7. Ze heeft zich weer wat op de gehaald.
    (Ze heeft zich weer een hoop last berokkend.)
  8. Zo’n onrechtvaardigheid stuit me heel erg tegen de .
    (Ik kan het niet verdragen. Ik vind het verschrikkelijk.)
  9. Ze hebben een veel sterkere ploeg, maar we gaan onze duur verkopen.
    (We gaan vechten tot het einde, ook al is de situatie uitzichtloos.)
  10. Dat zal hij nooit willen doen voor jou. Dat kan je op je schrijven.
    (Vergeet het maar.)
  11. Amnesty International stelde reeds herhaaldelijk de misbruiken aan de .
    (Amnesty International kloeg reeds herhaaldelijk de misbruiken aan.)
  12. Onze kleinzoon gaf zijn de kost in de dierentuin. Hij amuseerde zich als nooit tevoren.
    (Hij keek scherp en geïnteresseerd toe.)
  13. Ik ga mijn te luisteren leggen bij Karen.
    (Ik ga poolshoogte nemen bij Karen om te horen wat zij van de situatie vindt.)
  14. Hij heeft haar op zijn , zeg!
    (Zij bijt van zich af. Ze laat zich niet doen.)
  15. Hij is een Amsterdammer in hart en .
    (Hij is een echte, typische Amsterdammer.)
  16. Zij leven op grote .
    (Zij geven veel geld uit.)